Een wet die nergens werkte, is er nu ook in Heerlen

De Heerlense wijk Meezenbroek.
Gepubliceerd op 10/05/2026 om 13:57
Laatst bewerkt op 10/05/2026 om 19:30

De Parkstadwet moet ervoor zorgen dat 320 gezinnen zich niet in Heerlen mogen vestigen. Het gaat om gezinnen die arm zijn, een crimineel verleden hebben of korter dan 6 jaar in de regio wonen. Het doel van de wet is het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in aangewezen wijken.

De gemeente Heerlen heeft 19 wijken aangewezen die onder de Parkstadwet vallen. De originele naam van de wet is: Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (wbmgp). Deze wet regelt dat mensen die in een aangewezen wijk een sociale huurwoning willen betrekken, op drie punten worden getoetst: op inkomen uit werk, op ‘ongewenste sociaaleconomische kenmerken en op de vraag of het huisvesten van een persoon leidt tot meer overlast of criminaliteit.

In 2006 werd deze wet voor het eerst ingevoerd in Rotterdam. Twintig jaar later en vele onderzoeken verder, ontbreekt elk bewijs dat de wet effectief is. Desondanks is de wet ingevoerd in Nijmegen, Den Bosch, Tilburg, Vlaardingen, Schiedam, Zaanstad, Capelle aan den IJssel, Dordrecht en Nissewaard en per 1 januari in Heerlen. De rode draad in de evaluaties is steeds dezelfde: de wet werkt volgens gemeenten, maar bewijs ontbreekt.

Grenzen stellen

De aanleiding voor de wet was de uitkomst van een onderzoek waaruit bleek dat Rotterdam in de toekomst 'jong, arm en zwart' zou zijn. Dit beeld was voor toenmalige wethouders Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam) en Dominique Schrijer (PvdA) reden om een ‘hek om de stad te willen zetten’. Pastors wilde ‘niet nog meer mensen die hulp nodig hebben’ in zijn stad. Schrijer scherpte het nog verder aan ‘er moest een grens komen aan de stroom van kansarme allochtonen naar Rotterdam’.

Omdat in artikel 1 van onze grondwet staat dat iedereen mag wonen waar hij of zij wil, was er een nieuwe wet nodig. Die kwam er, waarbij de Raad van State wees op de indirecte discriminatie van de wet. ‘Omdat bepaalde groepen meer vertegenwoordigd zijn in de laagste inkomens.’ Lees: mensen met een migratieachtergrond.

De wet gaf Rotterdam het recht om te zeggen: ‘In deze straten en buurten mag je alleen komen wonen als je inkomen hebt uit werk.’ Mensen met een uitkering werden dus geweerd als nieuwe huurder in die gebieden.

Pastors werd later directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) en daarmee een van de belangrijkste uitvoerders van de wet. Voor Pastors is het stoppen van “instroom van allochtonen” in wijken die je niet aan kunt een no-brainer. ‘De Rotterdamwet geeft mensen die er wonen gelijke kansen zodat zij weer mee kunnen doen.’ 

Nationaal Programma
Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is een in 2011 gestart samenwerkingsverband van het Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, scholen en bedrijfsleven. Het doel: Rotterdam-Zuid in twintig jaar optillen naar het gemiddelde van de vier grote steden op het gebied van opleidingsniveau, arbeidsparticipatie en woonkwaliteit. Rotterdam-Zuid is daarmee het vroegste en meest uitgewerkte voorbeeld van een nationale wijkaanpak. Inmiddels zijn er twintig vergelijkbare gebieden in Nederland die onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) vallen, verspreid over negentien gemeenten, waaronder Heerlen.

Etniciteit via de achterdeur naar binnen
Het Rotterdamse journalistieke platform Vers Beton deed onderzoek naar de werking van de wet en toonde in 2021 aan hoe de wet discrimineerde op basis van afkomst. Uit het onderzoek bleek dat Rotterdam de Leefbaarometer hanteerde, die per wijk aantoont hoe slecht die is en waarom de Rotterdamwet nodig is. Het probleem was dat hierbij het aandeel niet-westerse inwoners als negatieve indicator werd meegeteld. De Leefbaarometer heeft een aantal ijkpunten op basis waarvan wordt bepaald of een wijk ‘slecht’ is. Een van die ijkpunten was het aandeel niet-westerse inwoners die in een wijk wonen. Met als gevolg dat etniciteit als negatieve factor werd meegenomen bij het bepalen of een wijk kansarm is. Zo bepaalt etniciteit via een achterdeur welke straten worden aangewezen als ‘slecht’.

Demonstratie tegen de Rotterdamwet. Foto: Cecile van Benten

Estafette van onderzoek

Het eerste wetenschappelijke onderzoek naar de werking van de Rotterdamwet verscheen in 2016. Cody Hochstenbach, stadsgeograaf, onderzocht samen met Justus Uitermark en Wouter van Gent van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken de werking van de wet. De conclusie: ‘De wet heeft niet bijgedragen aan een aantoonbare verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in buurten.’ Daarnaast stelden de onderzoekers vast dat  de wet op gespannen voet staat met drie grondrechten:het discriminatieverbod, het recht op huisvesting en de vrijheid van vestiging.

Adviesbureau TwynstraGuddedeed in 2017 in opdracht van de gemeente Rotterdam onderzoek naar de effecten van de Rotterdamwet. Conclusie van dit onderzoek was dat door de wet de wijken niet aantoonbaar zijn verbeterd en dat in de meeste gevallen de leefbaarheid er zelfs op achteruit was gegaan. Het advies was om de wet kleinschaliger in te zetten.

Fundamentele meetproblemen

Ook onderzoeksbureau RIGO stelde in 2021 dat ‘het meten van de effecten moeilijk blijkt, maar dat gemeenten en bewoners overwegend positief zijn over de inzet’. Ondanks het fundamentele meetprobleem noemde  minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren de Rotterdamwet na dat rapport ‘een nuttig instrument’ voor het verbeteren van de leefbaarheid in kwetsbare wijken. Haar opvolger Hugo de Jonge meldde in een Kamerbrief dat de afzonderlijke impact van de wet moeilijk te meten is. Dit belemmerde de minister niet om de wet uit te breiden, zodat ook niet-stedelijke gebieden deze konden invoeren. Waarmee De Jonge de aanbeveling van TwynstraGudde om de wet juist kleinschaliger in te zetten in de wind sloeg.

Een volgend onderzoek toonde aan dat de huizenprijzen in de aangewezen wijken in Rotterdam daalden. In 2023 presenteerden Jos van Ommeren en Hans Koster van de Vrije Universiteit een onderzoek op basis van de gegevens over ruim 230.000 huizenverkopen tussen 2000 en 2019. Ze concludeerden een daling van de huizenprijzen tussen 3 en 5 procent. Daarnaast was de samenstelling van de wijk niet veranderd. De stigmatiserende werking van de wet zou er de oorzaak van zijn. 

De gemeente Rotterdam moest openbaar aankondigen welke straten en buurten onder de Rotterdamwet vielen, adressen die daarmee officieel het stempel ‘slecht’ kregen. Het joeg potentiële kopers en investeerders weg. In omliggende buurten die geen stempel door de Rotterdamwet kregen, gebeurde dit niet. Volgens Van Ommeren en Koster is het stigmatiseren van wijken de meest aannemelijke verklaring voor de prijsdaling van 3 tot 5 procent.

Effect van de wet in andere gemeenten

Nijmegen was de tweede stad die de wet invoerde. Daar gebeurde het op kleine schaal. In 2017 wees de gemeente drie wijken aan voor selectieve woningtoewijzing op basis van politiescreening. Twee waren woonwagenlocaties, de Teersdijk en de Ackerbroekweg. Woonwagenbewoner Peter Vos uit Nijmegen trok destijds namens Stichting Woonwagenbelangen Nijmegen ten strijde. Hij betwistte de cijfers die de gemeente gebruikte. Hij verzamelde tegenverklaringen van de wijkagent en de woonconsulent van de gemeente die de gestelde leefbaarheidsproblemen niet herkenden. Vos schakelde daarop mensenrechtenadvocaten van het advocatenkantoor PILP in. Zijn centrale argument: de wet werd ingezet op basis van vooroordelen over de woonwagengemeenschap. De wet leverde een lichte verbetering van het veiligheidsgevoel bij de bewoners op en een kleine daling van de werkloosheid, maar de leefbaarheidsscores bleven structureel laag. Na jarenlang aandringen werd de wet voor de woonwagenlocaties niet verlengd.

Dordrechtwet

In Dordrecht geldt de beleving van professionals(welke) als bewijs. Die concludeerden ‘gevoelsmatig dat de overlast is afgenomen’. De wijkagent van de Eisingahof in Dordrecht vat het zelf treffend samen: "Gevoelsmatig kan ik zeggen dat de overlast- en leefbaarheidsmeldingen gedaald zijn." Dat de harde cijfers in diezelfde evaluatie een grilliger beeld laten zien, is twee pagina's verder te lezen.

Tilburgwet

In Tilburg werd de preventieve werking opgevoerd als bewijs. Het evaluatierapport uit 2020 stelt dat mensen met criminele antecedenten "bijna niet meer reageren op de woningen." Waar ze dan wel naar toe zijn gegaan, elders in de stad of regio, is niet bekend. Een onderzoek naar het waterbedeffect ontbreekt.

Schiedamwet

In Schiedam concludeerde de wethouder dat er geen significant verschil is tussen de gebieden waar de wet voor de aanpak van grootstedelijke problematiek geldt en waar niet. Factoren als sloop en het economisch herstel tot maart 2020 kunnen evengoed verantwoordelijk zijn voor de gunstige ontwikkelingen in het gebied waar de wet op van toepassing was, stelde de wethouder. ‘Dat onderscheid, gebaseerd op gegevens over een periode van slechts vier jaar, is vrijwel niet te maken.’ Ondanks deze conclusie is de wet in 2021 met vier jaar verlengd.

Mensen van elders zijn het probleem

In Heerlen kwamen de eerste geluiden om mensen te weren van wethouder Peter van Zutphen (SP) in mei 2023. Van Zutphen beklaagde zich over vijf gezinnen die uit Den Haag naar Heerlen waren verhuisd sinds 2020. Zij kwamen naar Heerlen via de zogenaamde verhuisbox, een vertrekpremie van 2.750 euro die de stad Den Haag beschikbaar stelde. Den Haag wilde met deze doorstroompremie kleine huishoudens stimuleren een grote sociale huurwoning achter te laten. Het ging Van Zutphen niet om de centen, “een of twee uitkeringen meer of minder die we moeten verstrekken”, maar om waar die mensen terechtkomen. In ‘slechte’ buurten die met sociale problemen en achterstanden kampen.’ 

Onrechtvaardigheid is niet logisch
Ron Meyer is programmadirecteur van het Nationaal Programma Heerlen-Noord (NPHLN), de Heerlense tegenhanger van wat Marco Pastors in Rotterdam-Zuid doet: een langjarige, integrale gebiedsaanpak leiden die de leefbaarheid, veiligheid en kansen van bewoners structureel moet verbeteren. Als boegbeeld van het programma is Meyer tevens de belangrijkste pleitbezorger voor de Parkstadwet als instrument om dat doel te verwezenlijken. 

In april 2024 presenteerde hij de start van het programma. Hij verduidelijkte daarbij de doelgroep die geweerd zou moeten worden. ‘Het zijn statushouders met taalachterstanden, arbeidsmigranten, multi-probleemgezinnen, mensen met een ggz-achtergrond of mensen die na een scheiding van buiten de regio hier willen komen wonen. Daar heeft Heerlen er al genoeg van, zo luidde zijn boodschap. Meyer stelt dat er in 10 jaar 32.000 mensen van en naar Heerlen verhuizen. Nieuwe bewoners komen van ‘betere’ gemeenten, en dat is volgens Meyer 'fundamenteel onrechtvaardig'. 

Wat Meyer als onrechtvaardig bestempelt, is het gevolg van de status die Heerlen heeft als laagste sociaaleconomische van heel Nederland. Nieuwe bewoners komen dus altijd van zogenaamde betere gemeenten. 

Dat mensen naar Heerlen trekken is mede het gevolg van de vele sociale huurwoningen. Veertig procent van de woningen is een sociale huurwoning. Door dit hoge percentage is de kans om een sociale huurwoning te krijgen een stuk hoger dan in steden als Amsterdam en Den Haag. Daar zijn de wachttijden respectievelijk tien jaar en zes jaar. In Heerlen is dit anderhalf jaar.  Dit zorgt ervoor dat mensen vanuit het hele land richting Heerlen trekken. 

Met de slogan ‘kinderen verdienen een fatsoenlijke toekomst’ wil Heerlen de ‘zwakke instroom’ stoppen. De gemeente produceert een stapel beleidsstukken die moet regelen wie waar mag wonen: de Huisvestingsverordening, Leegstandsverordening, Verhuurverordening, Beleidsregel Huisvesting Aandachtsgroepen, Beleidsregel Kamerbewoning Heerlen, Beleidsregel Minimale Eisen Woonkwaliteit en het Facetbestemmingsplan ‘Woningsplitsing en kamerbewoning’.

Het weren van mensen heeft met de Parkstadwet een voorlopig zwaar juridisch sluitstuk. De wet gooit de deur dicht als je arm bent, geen werk hebt, crimineel bent of korter dan 6 jaar in de regio woont. Op basis van de berekeningen van de gemeente gaat het om 320 gezinnen per jaar.

Van de 56.000 inwoners van Heerlen-Noord zijn naar schatting 31.700 huishoudens. De 320 gezinnen die de gemeente via de Parkstadwet buiten de deur wil houden, zijn daarmee minder dan één procent van alle huishoudens in het gebied.

‘De 320 gezinnen die Heerlen niet wil, kunnen makkelijk elders terecht’, aldus het college. Want in heel Limburg komen er jaarlijks 13.000 sociale huurwoningen vrij, in heel Nederland 180.000. Kortom, ze mogen overal wonen als ze hier maar wegblijven.

De Heerlense wijk Meezenbroek.

Shoppen met onderzoek

Onderzoeker Hochstenbach, die in 2016 aantoonde dat de wet in Rotterdam niet werkte, reageert op recente euforische berichten van het college: "De kritiek op gemeenten die te weinig goedkope woningen hebben is terecht, maar het is geen argument om een wet in te voeren waarvan nog nooit positieve effecten zijn aangetoond."

Eerder onderzoek van Van Ommeren naar de ineffectiviteit van de wet wees toenmalig wethouder Casper Gelderblom naar de prullenbak want ‘Heerlen is geen Rotterdam’. Bovendien keek het onderzoek van Hochstenbach naar mensen die misschien geweigerd zouden worden, niet naar mensen die écht geweigerd zijn. De Limburger stelde onlangs vragen aan de wethouder over het onderzoek dat  aantoonde dat huizenprijzen daalden door een mogelijk stigmatiserende werking. In zijn reactie wees de wethouder richting journalisten. In zijn ogen zijn de media verantwoordelijk voor stigmatisering, niet de Parkstadwet.

De Parkstadwet is de zoveelste variant van een wet waarvan twintig jaar onderzoek geen enkel bewijs van effectiviteit heeft opgeleverd. Gemeenten voeren hem in, verlengen hem en breiden hem uit, terwijl de eigen evaluaties keer op keer concluderen dat leefbaarheid niet aantoonbaar verbetert. 

ZONWS volgt de ontwikkelingen rondom de Parkstadwet op de voet. Wat is uw ervaring met de Parkstadwet? Deel uw verhaal met onze redactie op MAILADRES

Dit is het tweede deel van een onderzoeksdossier over de Parkstadwet. In de komende maanden onderzoeken we de effecten in de praktijk: voor bewoners, voor verhuurders en voor de wijken zelf. Heb je een tip? Mail het ons: redactie@zo-nws.nl


ZO-NWS hecht als streekomroep veel waarde aan onderzoeksjournalistiek. We richten ons op zaken die om kritisch en diepgravend onderzoek vragen. Verhalen waarbij het gaat om het signaleren van misstanden, het volgen van geldstromen en het controleren van de macht. Onderzoeksjournalistiek komt ook om de hoek kijken bij het analyseren van trends en het inzichtelijk maken van ingewikkelde zaken, bijvoorbeeld lange politieke processen of rechtszaken.

Reclame

Meld u aan en doe mee in het ZO-NWS Parkstad Opiniepanel!
Via het opiniepanel kunt u uw mening geven over allerlei actuele en relevante onderwerpen. ZO-NWS gebruikt uw meningen en adviezen voor journalistieke uitingen. Ook kunnen de uitkomsten van het panel gebruikt worden in onze radio- en televisie-uitzendingen. Iedereen die in de regio Parkstad Limburg woont en 18 jaar of ouder is, kan zich hier aanmelden.

-----

Heb jij een nieuwstip voor onze redactie of een opmerking?
Stuur ons een e-mail of vul het contactformulier in.

Advertenties